Effecten van opzettelijke misleiding voor klanten kunnen groot zijn
Zolang er verzekeringen bestaan, zijn er ook mensen die misbruik van deze verzekering proberen te maken. Consumenten denken soms dat het ergste wat hen kan overkomen wanneer ze een schade “aandikken”, is dat de verzekeraar de niet meer uitkeert dan de werkelijke schade.
Onvoldoende wordt onderkend dat de gevolgen kunnen zijn:
Als behandelaar van schades kan je klanten tegen zichzelf beschermen door duidelijk te maken dat, wanneer ze bepaalde vragen niet snappen of wanneer ze ergens onzeker over zijn, zij dit met jou kunnen bespreken.
In de volgende uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden lees je wat de gevolgen kunnen zijn van een fraude door een verzekerde.
Het artikel werd gesignaleerd door lid van de Expertisegroep Schadebehandeling Arthur van den Hurk, waarvoor dank.
Denk eens na over de volgende casus
A heeft een mooie, oudere sportauto. Hij wil die verkopen en plaatst een advertentie op internet.
B ziet de advertentie en reageert. Er wordt afgesproken dat A en B met de auto een stuk gaan rijden. B rijdt een beetje ruw en duidelijk geen sportwagen gewend. Op enig moment raakt de auto in vuur. A en B kunnen uit de auto komen. Maar B heeft forse brandwonden. Er is geen auto inzittendenverzekering.
Vraag aan jou. Kan B ergens zijn schade proberen te verhalen en zo ja, waar dan?
Het antwoord vind je in artikel 6:173 lid 1 BW dat als volgt luidt:
De bezitter van een roerende zaak waarvan bekend is dat zij, zo zij niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden aan de zaak mag stellen, een bijzonder gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van ontstaan daarvan zou hebben gekend.
Deze casus speelde recentelijk voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Misschien leuk om eens te lezen:
Wat vind jij redelijk?
Stel je bent verzekeringsmaatschappij. Je voert een inboedelverzekering. Op de standaarddekking zijn kostbaarheden tot € 6.000 gewoon tegen het risico van diefstal verzekerd. Alleen wanneer een verzekerde een hogere waarde aan sierraden wil verzekeren ben je alleen bereid dit te doen wanneer de verzekerde een diefstalbeveiliging en een kluis heeft. Een consument sluit de verzekering en installeert een kluis en diefstalbeveiliging. Op grond daarvan ben jij als verzekeraar bereid een verzekering te accepteren met een verzekerd bedrag van € 45.000,–
Op een slechte avond ben jij niet thuis maar de sierraden wel. En die liggen dus niet in de kluis. Er vindt een diefstal plaats.
Wat vind jij nu redelijk:
Wanneer je nieuwsgierig bent wat de geschillencommissie KiFiD vindt, dan kan je dat via de volgende link lezen:
https://www.kifid.nl/wp-content/uploads/2023/02/Uitspraak-2023-0125-Bindend.pdf
Vervoeren of doen vervoeren? Klein verschil met een (juridische) wereld van verschil aan gevolgen
Inleiding
Regelmatig keert in de rechtspraak de vraag terug of een overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een vervoerovereenkomst, dan wel een overeenkomst van doen vervoeren, een expeditie-overeenkomst.
Qua werkzaamheden zijn de ‘papieren’ vervoerder en de expediteur nauwelijks te onderscheiden. Beiden sluiten vervoerovereenkomsten ten behoeve van hun contractuele wederpartij. Vanuit juridisch oogpunt maakt het nogal wat uit hoe de logistieke dienstverleningsovereenkomst wordt gekwalificeerd. Wanneer zich gedurende het transport ladingschade voordoet, is de expediteur namelijk in beginsel niet aansprakelijk. De ‘papieren’ vervoerder is dat in beginsel wél. Het zal niet verbazen dat daarom met nodige regelmaat over het vraagstuk vervoer of expeditie wordt geprocedeerd. De rechter gaat in dat geval de overeenkomst uitleggen.
Het gaat om het vervoer van duiven naar China. Een van de vragen die aan de orde komt in dit hoger beroep is of er sprake is van vervoer of expeditie. Gedaagde in hoger beroep (X) stelt dat hij met eiser in hoger beroep (Y) een vervoerovereenkomst heeft gesloten. Y verweert zich door erop te wijzen dat hij slechts expediteur is.
Dit artikel is aangeleverd door Advocaat Flip van Huizen, van Flip Legal, Rotterdam
Wie moet wat bewijzen?
Nu X Y aanspreekt uit hoofde van een gestelde vervoerovereenkomst, is het aan X om de feiten en omstandigheden te stellen en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen dat sprake is van een vervoerovereenkomst. Het mag dan zo zijn dat degene die zich, ter betwisting, op een expediteurshoedanigheid wenst te beroepen daartoe het nodige zal moeten aanvoeren, maar dit laat onverlet dat, indien wat hij aanvoert een gemotiveerde betwisting inhoudt, het aan de andere, eisende partij is om de vervoerovereenkomst te onderbouwen en zo nodig te bewijzen (vgl. bijvoorbeeld Hof
’s-Hertogenbosch 4 augustus 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3003).
Vervoer of expeditie?
Het hof is van oordeel dat sprake is van een hoedanigheid van vervoerder. Het hof acht daarbij de volgende omstandigheden doorslaggevend. Y stond als “shipper” op de vrachtbrief en het was Y die de duiven zelf bij X ophaalde en deze naar Clear Customs in België bracht.
Tips voor de praktijk
Voor logistieke dienstverleners, die zich in het handelsverkeer wensen neer te zetten als expediteur, gaat het er met name om dat zij bij het aangaan van de overeenkomst voldoende kenbaar maken dat hij vanuit die hoedanigheid opereert.
– Omschrijf in je offerte dat je optreedt als expediteur en dat je in die hoedanigheid een vervoerovereenkomst zal afsluiten ten behoeve van de opdrachtgever.
– Verwijs in je offerte naar de Fenex-voorwaarden (en laat verwijzingen naar het toepassing zijn van CMR en/of AVC achterwege);
– Verwijs in de e-mailhandtekening naar je hoedanigheid van expediteur en verwijs ook in je e-mailhandtekening naar de Fenex-voorwaarden;
– Hanteer de juiste omschrijving in de Kamer van Koophandel;
– Zorg dat in je handelsnaam de term ‘expeditie’, ‘expediteur’ of iets dergelijks terugkomt.
Als je als logistieke dienstverlener voldoende duidelijk hebt gemaakt dat je optreedt als expediteur maakt dat het ook mogelijk met een lumpsum prijs te werken, althans zo begrijp ik de rechtbank Rotterdam:
Rb. Rotterdam 8 september 2021, ECLI:NL:RBROT2021:8710
“De omstandigheid dat in een factuur één (all-in) bedrag in rekening is gebracht, kan er op duiden dat vervoer is overeengekomen, omdat de slechts als tussenpersoon bij vervoer fungerende expediteur zijn rekening aan de opdrachtgever normaliter zal splitsen in expediteurscommissie en variabele verschotten (waaronder vracht). De rechtbank is echter van oordeel dat de enkele omstandigheid dat LFS een lumpsum prijs in rekening heeft gebracht niet voldoende is om tot het oordeel te komen dat LFS als vervoerder is opgetreden.”
Dit artikel werd ons toegestuurd door Flip van Huizen, Advocaat bij Flip Legal, Rotterdam.