Opmerkelijk Nr. 2

16 januari 2023

Hoe zit het ook alweer met het contra proferentem rechtsbeginsel?

Het contra proferentem rechtsbeginsel houdt in, dat een onduidelijke bepaling in een overeenkomst uitgelegd moet worden in het nadeel van degene die deze voorwaarde bij de totstandkoming van het contract heeft geëist. Dit beginsel geldt ook bij de uitleg van verzekeringsvoorwaarden.
In het Burgerlijk Wetboek is dit beginsel te vinden in artikel 6:238 lid 2 dat als volgt luidt:
Bij een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 236 en 237 moeten de bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Bij twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor de wederpartij gunstigste uitleg.

Is de wederpartij een consument, dan moet de rechter deze ambtshalve regel toepassen. Is de wederpartij een ondernemer, dan mag de rechter dit beginsel toepassen. In de praktijk doet de rechter dit vooral wanneer er een groot verschil in kennis is tussen beide partijen.

In een recente uitspraak van de geschillencommissie Kifid geeft de commissie aan wanneer zij de formulering van een verzekeringsvoorwaarde wel of niet duidelijk vindt (zie overweging 3.5): De commissie overweegt dat van een duidelijk beding sprake is als maar één uitleg mogelijk is. Van een onduidelijk beding is sprake als twee of meer lezingen mogelijk zijn en van een onbegrijpelijk beding is sprake wanneer geen enkele redelijke lezing mogelijk is.

Uitspraak Geschillencommissie nr. 2022-0981


50% regel werkt niet door in de regresverhouding tussen verzekeraars

Bestuurder A rijdt met zijn auto fietser B aan die daarbij ernstig letsel oploopt. Wordt uitsluitend naar de causale verdeling gekeken dan is 75% van het ongeval toe te rekenen aan fietser B. Tussen de WAM-verzekeraar en slachtoffer B wordt overeengekomen, dat de schade van B door de WAM-verzekeraar voor 75% wordt vergoed. Basis hiervoor is causale verdeling en billijkheidscorrectie als bedoeld in artikel 6:101 BW en in de jurisprudentie geformuleerde 50% in geval er sprake is van een verkeersongeval waarbij artikel 185 WVW van toepassing is. De WAM-verzekeraar is tot de 75% vergoeding gekomen op basis van de 50% regel, verhoogd met een factor op basis van billijkheid van 25%.

De zorgverzekeraar van B neemt (op grond van artikel 7:962 BW) regres op de WAM-verzekeraar en
stelt, dat zij als regres nemende partij, recht heeft op hetzelfde schadevergoedingspercentage als het
verkeersslachtoffer, in dit geval dus 75%.
In lijn met een eerdere uitspraak van de Hoge Raad wijst de rechtbank dit af. In het bekende arrest
IZA/Vrerink (https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:HR:1992:ZC0526) heeft de Hoge
Raad het volgende overwogen:

De vordering in de onderhavige zaak is ingesteld door IZA ter zake van hetgeen deze aan [betrokkene
1] uit hoofde van verzekering heeft vergoed. Dat brengt mee dat het hiervoor in 3.7 overwogene in dit
geval toepassing mist. De daar omschreven afweging berust immers op de billijkheid in de verhouding
van de tegen aansprakelijkheid verzekerde of verzekeringsplichtige deelnemer aan het
gemotoriseerde verkeer ten opzichte van de fietser of voetganger die slachtoffer van dat verkeer
werd en die anders de schade grotendeels persoonlijk zou moeten dragen. Dat billijkheidsargument
verliest evenwel zijn gewicht in geval de schade van het slachtoffer ten laste van een verzekeraar is
gekomen, omdat het risico aan de zijde van het slachtoffer, zij het tegen betaling van premie, reeds
door middel van een verzekering was gespreid. Dit strookt ook met de gedachte die aan art. 6:197
BW ten grondslag ligt en die erop neerkomt dat uitbreidingen van aansprakelijkheidsgronden met het
oog op de belangen van de slachtoffers niet zonder meer ook voor de regresrechten van hun
verzekeraars behoren te gelden.

Het leermoment is dus dat de Rechtbank nog eens bevestigt dat de zogenaamde 50%-regel (anders
dan de billijkheidscorrectie) niet doorwerkt in de regresverhouding tussen verzekeraars.

Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2022:3668


Wat is het verschil tussen genetische afwijking en erfelijke aandoening?

Tja. Ga dat maar eens uitleggen!

Daarom stond deze vraag centraal in een uitspraak van de geschillencommissie Kifid. De casus gaat
over een huisdierenverzekering. Hierbij speelde de vraag of de kosten van een oogoperatie van een
hond wel of niet onder de dekking van de huisdierenverzekering viel.

De verzekeraar heeft twee gronden om uitkering te weigeren:

  1. De kosten zijn het gevolg van een ziekte die aanwezig was bij de geboorte van de hond en dus ook voor het afsluiten van de verzekering;
  2. De kosten zijn het gevolg van aangeboren gebreken.

Ten aanzien van de eerste grond overweegt de geschillencommissie:

Ten aanzien van de eerste uitsluitingsgrond waarop de verzekeraar zich beroept, overweegt de commissie dat het bij ziekte moet gaan om een aandoening die symptomen vertoont c.q. beperkingen met zich brengt in het functioneren. Niet gebleken is dat hiervan bij de geboorte of ten tijde van het afsluiten van de verzekering sprake was. De hond had toen geen symptomen (klachten). Deze uitsluitingsgrond gaat dus niet op.

Ten aanzien van de tweede grond overweegt de geschillencommissie:

De verzekeraar heeft ten aanzien van de tweede uitsluitingsgrond aangevoerd dat iedere genetische afwijking/erfelijke aandoening die bij de geboorte aanwezig is, ook gezien kan worden als een aangeboren afwijking/aangeboren gebrek. De commissie is, mede gelet op de opinie van de dierenoogarts die de consument naar de zitting heeft meegenomen, van oordeel dat op zijn minst verdedigbaar is dat er een verschil is tussen enerzijds erfelijke aandoeningen en anderzijds aangeboren afwijkingen. Bij een aangeboren afwijking moet het bij algemeen geldende medische opvatting gaan om afwijkingen die zich openbaren binnen acht weken na de geboorte. Gesteld, noch gebleken is dat de klachten van de hond van de consument zich binnen acht weken na de geboorte hebben geopenbaard met als gevolg dat deze uitsluitingsgrond ook niet opgaat.

Uitspraak Geschillencommissie nr. 2022-0941


Toch maar even delen: inboedel- of opstallijst

Waarschijnlijk kennen jullie deze lijst al: De inboedel/inventaris- of opstallijst van het Verbond van Verzekeraars en het NIVRE. Zo niet, dan hierbij de link. Hoewel de polisvoorwaarden van elke verzekeraar andere bepalingen kan bevatten, is deze lijst toch erg handig in die situaties, waarin er discussie is of iets nu inboedel of opstal is.

Inboedel-Inventaris / Opstallijst


Aanvullend artikel Opmerkelijk

Na toezending van de eerste uitgave van “Opmerkelijk” vroegen wij jullie om aan te geven welke berichten voor de werkzaamheden die jullie zelf uitvoeren relevant waren. 15 Leden van de Expertisegroep reageerden. De resultaten zijn als volgt:

Relevantie van de onderwerpen voor jouw werk:

Onderwerp Wel relevant Niet relevant
Causaal verband storm en schade als gevolg constructiefout 100 %
Diefstal bagage uit auto 100 %
Wanneer start de twee maanden termijn niet nakomen meldingsplicht 54 % 46 %
Definitie bestuurder artikel 4 lid 1 WAM 80 % 20 %

 

 

 

 

Deze resultaten helpen ons bij het selecteren van de verschillende artikelen. Wij zullen deze korte onderzoekjes nog een aantal malen herhalen. Het is fijn wanneer zoveel mogelijk leden van de Expertisegroep de vragen in deze korte onderzoekjes willen beantwoorden.

Terug naar overzicht