Verzekerde claimt op zijn inboedelverzekering met een van buitenkomendeonheilendekking schade aan een audiostreamer. Het apparaat functioneert door hetwegvallen van software- en systeem ondersteuning niet meer zoals bedoeld en dus zegtverzekerde “is het feitelijk defect geraakt en dat heeft geleid tot waardevermindering”.De verzekerde stelt dat het verlies van functionaliteit als schade in de zin van deverzekeringsvoorwaarden kan worden beschouwd. Kifid oordeelt dat er geen sprake isvan schade in de zin van de voorwaarden.
https://www.kifid.nl/media/024b0mwm/uitspraak-2026-0342-bindend.pdf
Bestuurder van een door hem gehuurde personenauto reed, waar 50 km was toegestaan,met een snelheid van tussen 61 en 68 km door rood en reed een fietser aan. De fietserliep ernstig letsel op. De bestuurder van de auto is strafrechtelijk vervolgd en veroordeeldovertreding art. 6 WVW; hij reed te hard en door rood en hij remde pas toen hij de fietserraakte. Zijn verkeersgedrag werd door de rechtbank als zeer onvoorzichtig, onoplettenden onachtzaam genoemd.
De WAM verzekeraar van de huurauto heeft de letselschade van de fietser vergoed enwilde de uitbetaalde schadevergoeding verhalen op de bestuurder van de verzekerdepersonenauto op grond van de uitsluiting opzet of roekeloosheid.
Het hof oordeelde dat de bestuurder niet bewust gehandeld heeft en dat er dus géénsprake was van opzet of roekeloosheid en dat de verzekeraar daarom ook géén verhaalop de bestuurder kan plegen.
Er vond een arbeidsongeval plaats waarbij een medewerker zwaar letsel opliep. Demedewerker was in dienst van bedrijf A (de formele werkgever) en het ongeval vondplaats bij bedrijf B (de materiële werkgever) waar hij op dat moment aan uitgeleend was.De aansprakelijkheidsverzekeraar van B heeft aansprakelijkheid erkend. De basiszorgverzekeraar wilde de betaalde zorgkosten verhalen op de materiële werkgever danwel diens aansprakelijkheidsverzekeraar.
Toen ontstond een geschil over of de verzekeraar wel mocht verhalen omdat in art. 7:962BW (subrogatie) lid 3 staat, dat een verzekeraar van zijn subrogatierecht geen gebruikmag maken om te verhalen op een werkgever. De vraag was: is daar bedoeld de formelewerkgever of de materiële werkgever of wellicht beide?
De rechtbank oordeelde dat met de in lid 3 genoemde werkgever de formele werkgeverwordt bedoeld, namelijk degene met wie de medewerker een langdurige relatie heeft.Lid 3 is bedoeld om dit soort relaties niet te verstoren.
Met dank aan Anita Hol-Bubeck.
Graag horen we van de deelnemers aan de workshop van LegalMike of zij de applicatienog hebben toegepast en wat de ervaringen zijn. Zouden jullie ons dat willen laten weten?
Opmerkelijk is een uitgave van Bureau DFO ten behoeve van de leden van de DFO Expertisegroep Schadebehandeling. Leden van deze groep houden zich bij financieel advieskantoren, volmachten en schaderegelingskantoren professioneel bezig met het behandelen van schadedossiers. De activiteiten van de DFO Expertisegroep Schadebehandeling zijn erop gericht om de bovenwettelijke deskundigheid en vaardigheid van deelnemers te verhogen en de profilering van het beroep schadebehandelaar te versterken.
Meer informatie over de DFO Expertisegroep Schadebehandeling: https://www.expertisegroepschade.nl: Secretariaat: Martine Verhagen: Expertisegroep@dfobv.nl of tel. 033 – 254 20 29